Steun ons en help Nederland vooruit

dinsdag 26 juni 2012

Collegepartijen houden niet van kaas

Statenleden zijn bevlogen en betrokken mensen die het beste voor hebben met de provincie en haar burgers. Mensen die niet zomaar de kaas van hun brood laten eten, zou je denken. Toch maken de Statenleden het de gedeputeerden te vaak wel erg makkelijk om hun eigen gang te gaan.

 
Model 1½
Het College van Gedeputeerde Staten kwam met een dichtgetimmerd voorstel, ook wel het Model 1½ genoemd, waarin de kerntaken van de provincie (lees: welke overheidstaken moet de provincie uitvoeren) stonden. Bij de kerntaken hadden GS ook nog geldbedragen gezet die men wil uitgeven voor de betreffende taken. Het GS-voorstel betekende o.a. dat elf sociaal-culturele instellingen, bijvoorbeeld de Zeeuwse Bibliotheek, flink gekort zouden worden. Daar stond tegenover dat er meer geld beschikbaar wordt gesteld voor economische ontwikkelingsprogramma’s. In de politiek noemt men het herbestemmen van gelden ook wel ombuigingen.

Recht van Provinciale Staten
Het College van GS is met dit voorstel voortvarend en daadkrachtig te werk gegaan en de ombuigingen zijn met argumenten onderbouwd. Echter de volksvertegenwoordigers van Zeeland, de leden van Provinciale Staten, hebben het recht te bepalen wat de kerntaken van de provincie zijn en welke geldbedragen daarbij horen. Vervolgens is het aan het College van GS om dit uit te voeren. Het was voor de Statenleden dan ook een uitgelezen kans om nu een debat te beginnen over de kerntaken en het geld. De Statenleden zouden zichzelf en de burgers een groot tekort doen door enkel voor of tegen het Model 1½ van het College te stemmen.

Alle vrijheid voor GS
Helaas waren ook nu weer de Collegepartijen niet te vermurwen en vonden een kerntakendiscussie in de Provinciale Staten niet nodig. Van VVD, PvdA, CDA en SGP mogen de gedeputeerden in alle vrijheid met de instellingen en gemeenten gaan overleggen over de bezuinigingen. De Collegepartijen hebben er duidelijk geen kaas van gegeten om hun rechten als volksvertegenwoordiger ten volle te benutten.

Auteur: Peter de Kraker