Steun ons en help Nederland vooruit

donderdag 5 maart 2015

D66 stelt vragen over rechtsgang ambtenaren

In de PZC van 5 maart lezen wij dat zes ambtenaren de provincie Zeeland voor de rechter dagen wegens vermeende rechtsongelijkheid. Zij hebben “sterke vermoedens dat een tweetal directeuren een betere vertrekregeling hebben ontvangen dan de overige honderdzestig ambtenaren in de Non-activiteitsregeling (NAR).” In het vervolgartikel, verderop in de krant, lezen wij dat er sprake was van “grote druk op de deelnemers van de NAR”.

De fractie van D66 maakt zich, al sinds het bekendmaken van de NAR, grote zorgen over deze twee aspecten en over de waas van bevoordeling in het algemeen die aan de regeling kleeft. Daarom stelt de fractie de volgende vragen:

  1. Is de aanklacht een voldongen feit?
  2. Is het ‘sterke vermoeden’ dat de zes ambtenaren uitspreken juist, in die zin dat in de reorganisatie waar de NAR deel van uitmaakte, ook individuele vertrekregelingen zijn overeengekomen met betere condities dan de NAR?
  3. Heeft een uitspraak in deze zaak consequenties voor de regeling van alle honderdzestig ambtenaren die van de NAR gebruik maken?
  4. Wat betekent een uitspraak van de rechter in het voordeel van deze zes ambtenaren voor de kosten van de NAR over de gehele looptijd?
  5. Bent u bereid te onderzoeken en aan Provinciale Staten te rapporteren hoeveel ambtenaren hebben aangegeven de NAR te hebben geaccepteerd vanwege de druk die op hen werd uitgeoefend?
  6. Vindt u met de kennis van heden (5 maart 2015) nog steeds dat de NAR de beste oplossing was voor de reorganisatie van het provinciale apparaat?