Steun ons en help Nederland vooruit

dinsdag 19 december 2017

Besluitvorming Kadernota Omgevingsplan 2018 uitgesteld

Kadernota Omgevingsplan 2018 wordt niet vastgesteld in bijzondere laatste Statenvergadering van 2017

Na intensief overleg in het Presidium werd besloten om de laatste vergadering van PS in 2017 te gebruiken als ‘1e termijn’, waarin alle partijen aan het woord mochten gekomen met hun visie op de Kadernota. Een uitzonderlijke situatie, o.a. door de stevige kritiek van de Zeeuwse gemeenten (brief van 14 dec.) over de manier waarop de Kadernota Zeeuwse Omgevingsvisie tot stand is gekomen. Ook diverse maatschappelijke organisaties en belangenverenigingen hebben hun standpunt al kenbaar gemaakt. Het aantal amendementen en moties was afgelopen vrijdag jl. dan ook een record; 40!

Inhoudelijk wordt er opnieuw over het Omgevingsvisie gediscussieerd in een extra Commissie Ruimte, gepland op 26 januari 2018. Daarna komt het Omgevingsplan in een van de eerste Statenvergaderingen in 2018 opnieuw op de agenda. De moties en amendementen werden afgelopen vrijdag dus wel aangekondigd, maar niet ingediend.

Lees hieronder de bijdrage van Rutger Schonis– vrijdag 15 december 2017 – Voorstel Kadernota Omgevingsvisie/Omgevingsplan

Voorzitter,

Voor ons ligt de kadernota voor de Omgevingsvisie Zeeland. In de Omgevingsvisie geeft het provinciebestuur de kaders waarmee en waarbinnen gemeenten, bedrijven en particulieren Zeeland vorm zullen geven de komende jaren. Het omgevingsbeleid is daarmee het meest zichtbare beleid vanuit de provincie. De keuzes die wij als Zeeuwse Staten maken, zullen bepalend zijn voor hoe onze provincie de komende jaren eruit komt te zien.

Een kadernota met keuzemogelijkheden. Daar valt dus iets te kiezen? Of niet soms? Dat valt op sommige onderdelen naar de mening van D66 wel wat tegen, maar daarover zo meteen meer. Ik zal eerst wat algemene opmerkingen maken over de het proces tot nu toe rondom de Kadernota, daarna zal ik ingaan op wat we wel en vooral -niet- kunnen kiezen en ik sluit af met de thema’s en keuzes waarover wij als D66 vinden dat het vooral beter moet.

Eerst het proces; Gedeputeerde Staten is al enige tijd bezig met de voorbereidingen voor deze kadernota. De deadline is helder: wij moeten ons bestaande Omgevingsplan actualiseren omdat dit plan oktober volgend jaar verloopt. Maar op de weg daarheen heeft het college wel tussentijds de tomtom bijgesteld. Wij zijn begonnen op deze route met als doel om te komen tot een Omgevingsvisie zoals de toekomstige Omgevingswet die ook zal voorschrijven. Helaas heeft die Omgevingswet dit jaar een forse vertraging opgelopen. Niet gek wanneer je bedenkt dat hieraan een enorme opgave op het gebied van ICT samenhangt binnen de hele overheid die eigenlijk nog niet eerder is vertoond. Het meest lijkt de invoering van de Omgevingswet nog op de introductie van het Burgerlijk Wetboek in 1992. Voor de liefhebbers: daar is de overheid ruim 40 jaar mee bezig geweest.

Niet gek dus, dat Gedeputeerde Staten zich gedurende dit proces, dit najaar, heeft gerealiseerd dat een echte Omgevingsvisie voor dit moment te hoog gegrepen was. De inzet is nu op, tja laten het maar een administratieve herijking van het huidige Omgevingsplan noemen. Wij steunen dan ook het amendement van de VVD om het Omgevingsplan dan ook maar vooral Omgevingsplan te blijven noemen.

Jammer genoeg heeft het college de ommezwaai van ‘visie’ naar ‘plan’ niet voldoende naar onze belangrijkste partners Zeeuwse gemeenten en de andere maatschappelijke instanties gecommuniceerd. Een valse start naar de mening van D66 op dit belangrijke onderwerp. De brief van de Vereniging Zeeuwse Gemeenten (VZG) van 14 december 2017 bevat stevige kritiek, maar ook een aantal concrete voorstellen hoe het provinciebestuur samen met de Zeeuwse gemeenten dit proces verder vorm kan geven. Wij horen dan ook graag de reactie van gedeputeerde Schönknecht op de brief en hoe zij aankijkt tegen de door de VZG gedane voorstellen voor het vervolg.

Dan de keuzes die worden voorgelegd. Of eigenlijk eerst: de keuzes die ons vandaag niet worden voorgelegd. Wij gaan vandaag met elkaar in debat over de toekomst van het wonen, werken en recreëren in Zeeland. Maar wij praten vandaag niet over winkelen. De detailhandelsvisie die door gedeputeerde De Bat bij de begrotingsbehandeling voor 2018 is aangekondigd, maakt geen deel uit van de keuzes die nu worden voorgelegd. Dat is jammer, omdat dit onderdeel nu niet in het grotere geheel kan worden meegenomen. D66 dient daarom volgend jaar een motie in waarin wij het college opdragen om de Zeeuwse detailhandelsvisie in 2018 op te stellen en wel zo dat deze op een gemakkelijke wijze kan worden ingeplugd in het nieuwe omgevingsplan.

En dan de Energietransitie. De opgave is helder in de Kadernota verwoord. Willen wij de nationale en internationale doelstellingen op het gebied van duurzame energie behalen, dan moeten we de huidige capaciteit voor het opwekken van duurzame energie met een factor 2,5 vergroten. Maar hoe wij die groei ruimtelijk gaan vormgeven en waar we dat gaan doen? Daarover staat op dit moment niets anders dan “wij zijn ermee bezig”.

Natuurlijk. Wij zijn momenteel bezig met de Zeeuwse Energiedialoog en de Energie-agenda. En veel gemeenten zijn ook al voortvarend begonnen met het formuleren van eigen energiebeleid. Zo bereid de gemeente Schouwen-Duiveland momenteel de Ei-Landelijke Energieagenda voor en -dit moet de heer Roeland deugd doen- de gemeente Tholen gaat ons allen in Zeeland voor want die gemeente heeft zelfs al een kadernota voor duurzame energie vastgesteld. Bij de voorbereiding van vandaag heb ik begrepen dat het echt wel de bedoeling is om in het nieuwe Omgevingsplan te komen met duidelijke ruimtelijke kaders voor duurzame energie. Een eerste proeve hiervoor is al door de provincie opgesteld, in overleg met de Zeeuwse gemeenten.

Toch wil D66 hier benadrukken dat wij als het gaat om de energietransitie geen pas op de plaats kunnen maken. Een provincie die voor 99% onder de zeespiegel is gelegen en die als eerste de gevolgen van klimaatverandering ondervindt, moet op dit gebied leiderschap tonen. Daarom hebben wij samen met GL een amendement voorbereid waarin wij uitdrukkelijk vragen om lopende initiatieven die een bijdrage kunnen leveren aan de doelstelling (de factor 2,5), die op lokaal draagvlak kunnen rekenen en die landschappelijk goed zijn ingepast, ook doorgang kunnen vinden in de periode dat het nieuwe Omgevingsplan nog niet van kracht is en die anders op belemmeringen zouden stuiten van ons huidige Omgevingsplan.

Dan voorzitter nog een thema waar D66 van mening is een andere keuze nodig is dan nu in de Kadernota is aangegeven. De aanpak van de Kustvisie. Als eerste: beste gedeputeerde Schönknecht, na alles wat wij in deze zaal hebben gewisseld dit jaar met elkaar over de Kustvisie, had u werkelijk hier durven staan met het voorstel om die Kustvisie nu NIET op te nemen in het nieuwe Omgevingsplan? Dat kunt u toch niet menen?

Wat D66 betreft is de aanpak van de Kustvisie een goede aanpak geweest die ook voor het achterland, de ‘Randen van de Deltawateren’ van meerwaarde kan zijn. Samen met GL zullen wij volgend jaar op dit punt dan ook een amendement indienen. En nu we het toch over het toeristische achterland hebben. GS stelt ons voor om meer ruimte te bieden voor nieuwe hotels. Maar geeft tegelijkertijd aan dat – wat wij ook kiezen – altijd een goede onderbouwing naar de behoefte nodig zal zijn. Wat voegt een verruiming op dit punt van ons beleid dan toe? Ook hiervoor een amendement die de heer Temmink mede namens D66 volgend jaar zal indienen.

Dan het in stand houden van onze voorzieningen in een veranderende omgeving. Wij leven langer, worden ouder en in een provincie als Zeeland merken we dat in vorm van de vergrijzing. In de Kadernota wordt het beeld geschetst dat de vraag naar nieuwe woningen in veel Zeeuwse steden en dorpen de komende 10 jaar ingrijpend zal veranderen. Of het allemaal zo’n vaart gaat lopen, zal moeten blijken, maar feit is wel dat voor het behoud van ons voorzieningenniveau en het vestigingsklimaat van heel Zeeland prioriteit voor de stedelijke gebieden nodig is. Het opzetten van een transformatiefonds is daarbij wenselijk. Maar vooralsnog ontbreken daarvoor de provinciale middelen.

Nu heeft het nieuwe kabinet, dat natuurlijk niet kon wachten tot wij vandaag deze kadernota bespreken, in het regeerakkoord al een bedrag van € 900 miljoen vrijgemaakt voor het oplossen van regionale knelpunten. Wil het college in overleg met het Rijk treden om te kijken of het Rijk bereid is om ons met een financiële bijdrage te helpen om dit regionale knelpunt bij uitstek op te lossen? Een motie met die strekking dien ik, mede namens GL, volgend jaar bij u in.

Ruimtelijk beleid gaat eigenlijk over alles. Ik kan dan ook nog uren doorgaan en nu alle andere 17 keuzes uit de Kadernota met u langslopen. Gelet op mijn beperkte spreektijd zal ik dat niet doen. Uit ons stemgedrag en verdere bijdragen aan het debat in 2018 zal blijken hoe wij verder tegen de gemaakte keuzes in de kadernota aan kijken.

Ik volsta voor het moment met het herhalen van waar ik mijn betoog mee ben begonnen. Het omgevingsbeleid is het meest zichtbare beleid van de provincie. De keuzes die wij vandaag als Zeeuwse Staten maken, zijn bepalend voor hoe onze provincie de komende jaren eruit komt te zien. Het is niet elke dag dat een Statenlid met zijn stem zo’n zichtbaar verschil kan maken. Dat maakt deze laatste Statenvergadering van 2017 bijzonder.

Statenlid Rutger Schonis